Meervoudige intelligentie

Introductie
Mensen leren op verschillende manieren. De een leert door doen, de ander moet het ‘voor zich zien’ en een derde persoon moet de informatie eerst voor zichzelf ordenen alvorens deze te kunnen begrijpen.

Als wij kinderen in het onderwijs iets willen leren, als wij willen dat alle kinderen begrijpen en onthouden, zullen we met de verschillen tussen kinderen rekening moeten houden. Het is belangrijk om de verschillende manieren van leren te kennen, te weten welk kind op welke manier leert en we zullen moeten beschikken over vele manieren om de leerstof op een passende manier aan te bieden.

Geen gemakkelijke opgave, zo lijkt het. Toch valt dit mee. Veel leerkrachten maken (soms onbewust) gebruik van veel verschillende materialen en werkvormen. Bij het aanleren van leerstof worden liedjes gezongen (tafels) of ritmes geklapt (lettergrepen). Men maakt gebruik van blokjes bij rekenen of beeldmateriaal (platen en video) bij de instructie. In feite is men bezig met het aanspreken van de verschillende intelligenties van het kind.

De Amerikaanse hoogleraar Howard Gardner onderscheidt acht intelligenties. Ieder mens bezit ze alle acht, men heeft er echter vaak slechts enkele sterk ontwikkeld. Deze sterk ontwikkelde intelligenties bepalen de manier waarop men leert, bepalen de voorkeur voor bepaalde activiteiten.
Bron: http://www.geschiedenisanders.nl/mi-introductie.html (klassenadvies)

Welke intelligenties zijn er?

mi-doe-2 mi-getal-2 mi-ik-2 mi-kijk-2 mi-muziek-2 mi-natuur-2 mi-taal-2 mi-samen-2

  • Verbaal-linguïstisch (de taal als middel gebruiken om de wereld te begrijpen)
  • Logisch-mathematisch (analytisch en logisch kunnen denken)
  • Visueel-ruimtelijk (zich iets ruimtelijk of in beelden moeten kunnen voorstellen)
  • Lichamelijk-kinesthetisch (eerst zelf kunnen doen en uitvoeren)
  • Muzikaal-ritmisch (aanvoelen/onderkennen van patronen als maat en ritme)
  • Naturalistisch-ecologisch (grotere verbanden of samenhangen kunnen zien)
  • Interpersoonlijk (gericht op elkaar, leren van en met elkaar)
  • Intrapersoonlijk (na kunnen denken over eigen handelen)

Daarom werken wij tijdens de lessen wereldoriëntatie met thema’s.  Bij elk thema horen doelen, die gekoppeld zijn aan de kerndoelen. Ieder kind werkt gedurende een periode op zijn eigen manier aan het behalen van de doelen. Aan het einde van de periode moet de leerling de doelen beheersen. In deze sluiten wij dus aan bij de manier van leren van het kind. Ieder kind moet wel dezelfde doelen halen.