Wereldorientatie

Op een Jenaplanschool is wereldorientatie het belangrijkste vormingsgebied. Kinderen leren daarin om te gaan met de natuur om hen heen, de mensen dichtbij en verder weg en met vragen rond de zin van het leven en de wereld.

Dat doen ze door vaak de school uit te gaan en omgekeerd, de wereld in de school te halen: mensen en dingen, te luisteren naar verhalen, door zelf waar te nemen en te experimenteren, zelf vragen te stellen en op zoek te gaan naar antwoorden in een documentatiecentrum en bij mensen met kennis en ervaring.

De kinderen zijn, kortom, ontdekkend en onderzoekend bezig, vaak in de vorm van projecten. Zodoende wordt de wereld steeds groter en ruimer en leert het kind zelf een mening te vormen.

Voor het gehele leerplan van De Dukdalf geldt dat het voldoet aan wat de wet eist. De eisen zijn omschreven in de zogenoemde kerndoelen. Er is daarom geen enkele reden om er bang voor te zijn dat het kind niet genoeg leert: ouders stellen daarover nog al eens vragen, omdat ze al gauw geneigd zijn te denken dat een andere werkwijze in dit opzicht nadelen oplevert.

Het leren op een Jenaplanschool gebeurt in een sfeer waarin een kind zich veilig voelt. Het kind krijgt taken die uitdagend zijn en die het aan kan, die het kind voldoende vrijheid laten voor een eigen invulling, maar die tegelijkertijd geen gelegenheid bieden voor vrijblijvend “meedoen”.

Veldwerkdag middenbouw 2012 158Kijkavond 2013
Enkele kernbegrippen die bij wereldorientatie horen zijn:

  • Verwondering en nieuwsgierigheid
  • Ontdekken en onderzoeken
  • Omgaan met ruimte
  • Omgaan met tijd
  • Het gebruik van de schoolomgeving